 
Rentestanden
van hypotheken sparen
met: 
Voor
al uw designs , websiteontwikkeling en animaties 
Taaladviesbureau
thom voor o.a. al uw reclameteksten en het redigeren van teksten. 

| |
| De
levensloopregeling voor de ondernemer/werkgever en voor de
werknemer.
|
|
 |
Deze
regeling maakt onderdeel uit van de Wet VPL (VUT,
Prepensioen en Levensloop). Direct
nadat deze wet was aangenomen, zijn met betrekking tot de
uitvoering van de regeling veel vragen gesteld. Inmiddels
is bekend hoe de uitvoeringsregeling er per 1 januari 2006 is , maar hiermee zijn nog lang niet alle vragen
beantwoord. Hieronder
de hoofdlijnen met de
inhoud van de regeling en een aantal kenmerken van de levensloopregeling:
| • |
Werknemers
kunnen jaarlijks 12% van hun bruto jaarsalaris onbelast in
de levensloopregeling storten. Er zijn wel sociale premies
verschuldigd; |
| • |
Maximum
saldo van de regeling is 210% van het bruto jaarsalaris.
De peildatum is jaarlijks op 1 januari; |
| • |
Na
opname mag het saldo weer worden aangevuld; |
| • |
Bij
opname is de uitkering belast, er zijn echter geen sociale
premies meer verschuldigd; |
| • |
Deelname
aan spaarloon en levensloop kan niet in hetzelfde jaar
plaatsvinden; |
| • |
Voor
ieder gespaard jaar geldt een levensloopverlofkorting van €183; |
| • |
De
werkgever kan een onbelaste bijdrage leveren. Deze
bijdrage moet ook toekomen aan werknemers die niet
deelnemen aan de levensloopregeling. De werkgever mag
hieraan geen voorwaarden stellen; |
|
|
|